Slavernij in de Oost

Het Schaakstukkenmuseum heeft meerdere schaakspellen uit Indonesië. Hier zitten ook exemplaren bij uit de tijd dat het land nog een kolonie was. Nu 72 jaar geleden, op zeventien augustus 1945, riep Soekarno de onafhankelijkheid uit. De gordel van de smaragd zou niet langer dienen als wingewest van het verre Nederland.

Houten schaakspel uit Nederlands- Indië, circa 1900. Glotzbach Collectie, nr 29

Nederlands-Indië was economisch gezien van onschatbare waarde voor Nederland. De enorme winsten die er vandaan kwamen, gingen hand in hand met slavernij. Dat dit in grotere getale voorkwam dan op de plantages in Suriname en op de Caribische Eilanden is niet algemeen bekend. De slaven in Indië zijn door historici lang gezien als statussymbool voor in huis van rijke VOC-koopmannen. Het lot van deze ‘bedienden’ zou minder erg zijn dan dat van de plantageslaven in de West. Langzaam komt er verandering in dit beeld.

Zware arbeid in de Oost
In Azië was slavernij al wijdverbreid voor de komst van de Europeanen. Oorlog was de voornaamste leverancier van een nieuwe aanwas aan slaven  De vraag naar slaven had dus altijd een bedreiging gevormd voor de bewoners van deze gebieden. Maar nu steeg de vraag naar goedkope arbeid en dus ook de dreiging om als slaaf te eindigen.

De VOC speelde een belangrijke rol in deze slavenhandel. Waar de compagnie deze lucratieve handel wilde controleren, waren het haar werknemers van alle rangen en standen die de slaven op persoonlijke titel kochten. Hoewel dit officieel verboden was, gebruikten ze op grote schaal de schepen en het handelsnetwerk van hun werkgever. Uit reisbeschrijvingen blijkt dat niet alleen belangrijke VOC-bewindslieden honderden slaven bezaten. Ook de soldaten of ambachtslieden in de stad kochten slaven.

Al deze slaven deden niet alleen maar huishoudelijk werk en wanneer de slavenhouder zelf niets voor hen te doen had, moest slaven als dagloners geld gaan verdienen. De slaven werkten als sjouwer om schepen te laden en lossen of deden ander zwaar manueel werk in de mijnen, de bouw of op de plantages. Het (grootste gedeelte van het) loon moesten ze inleveren. Ook werden slaven ingezet om te werken voor de VOC zelf, waarbij de vergoeding rechtstreeks naar de eigenaar ging. Het goud uit de mijnen op Sumatra werd bijvoorbeeld voornamelijk gedolven door slaven, onder toezicht van de VOC.

Sk a 4988

Hollandse slavenhandelaar met zijn inlandse vrouw en twee slaven begeleid door drie bewakers lopen door een heuvellandschap. (Anoniem, 1700 – 1725, Indonesië)

Zware straffen
Slavernij in de Oost was niet minder wreed dan in de West: ook hier waren de straffen zwaar. Weggelopen slaven werden aan een paal gebonden, gegeseld en hun wonden ingesmeerd met zout. De eigenaren hielden hun slaven onder controle met wrede straffen en een verdeel-en-heers tactiek. Eén van de slaven kreeg hierbij de gewilde functie van opzichter over de rest. In ruil voor privileges of een andere beloning gingen slaven op jacht naar hun weggelopen mede-slaven. Zijn waren het vaak die de gevonden slaaf geselden waardoor de eigenaar zijn handen weinig vuil hoefde te maken.

Slaven in de huishouding konden mishandeling aangeven bij de autoriteiten, wat een lichtpuntje lijkt. Maar wanneer de hoge heren de klacht ongegrond achtten, werd de slaaf alsnog afgeranseld. Het is niet heel verrassend dat er weinig klachten binnenkwamen.

Op 1 januari 1860 is de slavernij in Nederlands-Indië afgeschaft maar de onvrijheid voor de bevolking ging door met het cultuurstelsel (1830-1870). Dit hield in dat ze exportgoederen voor Nederland moest verbouwen, waardoor er een voedseltekort ontstond. De mensen leden honger, terwijl de winst op de producten in de Nederlandse zakken verdween. Er was weinig veranderd sinds de glorieuze dagen van de VOC.

Door Marjolein Overmeer