Het metaal tin is eeuwenlang een populair alledaags gebruiksmateriaal geweest. Wie kent niet de tinnen borden en kannen op de stillevens uit de Gouden Eeuw? Maar tinnegieters konden meer met tin: zo is het Schaakstukkenmuseum in het bezit van een tinnen schaakspel.

Het tinnen schaakspel uit de Collectie J.M. Glotzbach beeldt Romeinse legioenen uit. Precies dezelfde Romeinse figuren staan tegenover elkaar, alleen is de ene partij donkerder dan de andere partij. Het schaakspel is in de zomer van ’86 gekocht tijdens een tindag in het Tinnenfigurenmuseum te Ommen. Tijdens deze speciale tindagen komen tinnegieters en -schilders bij elkaar om demonstraties te geven en modellen uit te wisselen.

Tinnen schaakspel Glotzbach

Romeins legioen. Collecite J.M. Glotzbach nr 76

Kerk en adel
Het proces om tin te gieten was al bekend in de oudheid, maar er zijn maar enkele voorwerpen bewaard gebleven uit die tijd. Tin is namelijk erg gevoelig en verweerd makkelijk door hitte of kou. In Europa werd tin in de middeleeuwen belangrijk. De oudste beschrijving die we hebben over het vervaardigen van tin stamt uit 1100. Na de ontdekking van een snellere vaarroute naar de Oost, kwam het ruwe materiaal eind vijftiende eeuw in grote hoeveelheden onze kant op. Vooral de kerk gaf opdrachten voor tinnen voorwerpen maar in de late middeleeuwen nam ook de vraag naar gereedschap en siervoorwerpen in niet-kerkelijke kringen toe. Tin werd steeds populairder als tafelgerei en huisraad op chic gedekte tafels.

Stilleven met vergulde bokaal, Willem Claesz. Heda, 1635De echte bloeitijd van tin begon eind zestiende eeuw. Welgestelde burgers en adellijke lieden begonnen met het verzamelen van zeldzame en curieuze objecten uit exotische landen. Ze lieten grote kabinetten bouwen om met hun mooie spullen te pronken. Hier hoorden ook tinnen kunstvoorwerpen bij. De beheersing van het moeilijke ambacht wekte bewondering op bij de verzamelaars. Daarnaast stond het mooi te glimmen in de kast, zeker als je het tin regelmatig liet oppoetsen.

Vanaf de zeventiende eeuw werd het metaal minder zeldzaam, vanwege nieuw ontdekte tinmijnen in Duitsland, en nam de productie van gebruiksartikelen enorm toe. Kannen, schalen, borden en lepels van tin waren zeer gebruikelijk en zijn ook vaak te zien op stillevens uit die tijd. De eigenaar moest alleen wel oppassen met zuren, zoals in citroenen, want die veroorzaakten vlekken.

Ambacht
Tin als zuiver metaal komt weinig voor en is als materiaal ook te zacht om te smeden. Tinnegieters vermengen het daarom met een paar procent van een ander metaal zoals koper of lood. Dit laatste wordt niet meer gebruikt omdat het giftig is. De tinnegieter smelt de metalen en giet ze vervolgens in een vorm, de mal. Tot aan de achttiende eeuw werden de mallen gemaakt van zandsteen, leem of gips. Hierin goten tinnegieters het tin, om vervolgens de mal kapot te slaan wanneer het tin was gestold. De tinnegieter hoefde zijn product dan alleen nog maar af te werken en te polijsten. Sinds de achttiende eeuw zijn de mallen ook van ijzer. Zij zijn het trotse bezit van de tinnegieters.

20070223_tingieten2Tingieten klinkt makkelijker dan het is, maar ten eerste is de juiste temperatuur cruciaal. Bij een te hoge temperatuur wordt het tin rood en poreus en bij een te lage temperatuur dof en poreus. Daarnaast is het voorwerp waardeloos als de vloeibare tin niet overal in de mal terecht komt. Deze ongewenste uitsparingen noemen de tinnegieters exemplaargaten.

Wanneer het gieten wel was gelukt, en uit de mal was gehaald of gebroken, versierden tinnegieters de lege vlakken vaak met gravures. Ondanks de vermenging met andere metalen is tin nog zacht genoeg gebleven om op deze manier te bewerken.

Museumbezoek
Tegenwoordig is tin geen alledaags gebruiksmateriaal meer. Borden en schalen zijn van steen of plastic en bestek van roestvrij staal. Ook in de kunstnijverheid komt tin niet zoveel meer voor. Verzamelaars daarentegen zijn er nog genoeg en gelukkig gieten tinnegieters nog steeds tinnen figuren tijdens speciale demonstratiedagen. Wie daar niet op wil wachten kan een kijkje komen nemen naar het tinnen schaakspel en natuurlijk naar de andere bijzondere schaakspelen in het Schaakstukkenmuseum.

Door Marjolein Overmeer